English Bulgarian Chinese (Traditional) Czech Danish French German Greek Hindi Italian Japanese Norwegian Polish Portuguese Romanian Russian Spanish Swedish Serbian Slovenian Hungarian Maltese Turkish Malay Irish Home Kanone 5 Eisenbahn 21 cm K 12 (E)

21 cm K 12 (E)

 

In 1934 begon bij Krupp de ontwikkeling van het K 12 kanon. Dit kanon was gebaseerd op het zogenaamde ,,Paris - Geschütz” uit de Eerste Wereldoorlog. Parijs werd toen beschoten met dit  langeafstandsgeschut.
Een van de missies van het K 12 spoorweggeschut zou het beschieten van Engeland zijn, maar deze rol werd al snel overgenomen door de bommenwerpers van de Luftwaffe.

In totaal zijn er 2 stuks K 12 spoorweggeschut gebouwd. Het eerste geschut ,,K 12 V” werd in 1939 overgedragen aan het leger.
Het tweede geschut ,,K 12 N”, een verbeterde versie werd in 1940 bij de troepen ingevoerd. Het K 12 spoorweggeschut had een kaliber van 21,1 cm en kon 6 schoten per uur afvuren.
Er werd een Sprenggranate van 107,5 kg afgevuurd. De granaat bevatte 8 kg springstof. Met een aandrijflading van 241 kg, verdeeld over een huls als hoofdlading en twee of drie zakken als bijlading, werd een aanvangssnelheid bereikt van 1625 meter per seconde. Bij de maximale elevatie van de loop op 55 graden kon de granaat dan 115 km ver weggeschoten worden.

De terugslag van het K 12 spoorweggeschut werd ondermeer opgevangen door een hydropneumatisch systeem. De loop van het geschut had een lengte van  33,3 m en het gewicht bedroeg 99,7 ton. Deze loop werd door beugels ondersteund om doorbuigen onder het eigen gewicht te voorkomen. De totale lengte van de wagon met het K 12 spoorweggeschut bedroeg 41,36 m en het totaalgewicht, in vuurstelling, was 302.000 kg.

Het enorme kulas van het kanon diende tevens als contragewicht voor de lange loop
 
De wagon van de K 12 had een draaistel met 2 maal 5 assen voor en 2 maal 4 assen achter. Op deze draaistellen rustte een onderstel als tussendrager en daar bovenop rustte het affuit van het kanon. Door middel van een hydraulische constructie tussen het onderstel en het affuit, kon het affuit 1 meter omhoog gebracht worden.

Dit was noodzakelijk voor de bodemvrijheid bij het afvuren van het kanon. Bij terugslag van de loop bestond anders het gevaar dat de bodem of rails werd geraakt. Het laden van de K 12 kon alleen gebeuren met neergelaten affuit, het afvuren alleen bij omhoog gebracht affuit. Dit was voor de kanonniers een omslachtige manier. 
 

Het K 12 spoorweggeschut werd afgevuurd vanuit een curve in een spoorweg, om zo iets meer bereik in de zijrichting naar links of rechts te krijgen.
Een andere manier om een groter bereik in zijrichting naar links of rechts te krijgen, was om gebruik te maken van een kunstmatige kruising van de spoorweg.  Hierbij werd door een kraan een speciaal voor dit doel meegevoerd spoorstuk, loodrecht op de bestaande spoorweg geplaatst. Vervolgens werd de K 12 deze kruising opgereden en opgetild zodat het voorste draai- en onderstel 90 graden ten opzichte van het achterste draai- en onderstel kwam te staan.

Het verplaatsen van het kanon gebeurde daarna met het elektrisch aangedreven draaistel of locomotief. Bij het afvuren van het kanon zat het geschut aan de rails vastgeklemd.
Deze manier werd alleen bij het K 12 spoorweggeschut gebruikt. Een schootsveld van 360 graden werd verkregen door gebruik te maken van de Vögele draaischijf. Behalve een omvangrijke geschutstrein voerde de K 12 batterij ook altijd een kraanwagen en het speciale spoorwegstuk mee. 

 

   

Tekeningen Hans Liska